Een mens peinst wat af in zijn leven. Want voor lang niet elk probleem hebben de dames en heren filosofen, psychologen en therapeuten een passend antwoord. Zelfs niet voor een toch ogenschijnlijk eenvoudig probleem als: hoe vervoer ik een ooievaar?
Het speelde op toen ik bij de vogelopvang moest helpen een ooievaar gereed te maken voor transport.
Ruim drie weken geleden leverde de dierenambulance bij de vogelopvang een volwassen ooievaar af. Het dier was verzwakt, maar leek verder niets te mankeren. Honger had ie wel, want al direct vrat hij de aangeboden eendagskuikens met huid en haar op.
In de dagen daarna slobberde hij ook nog handenvol visjes naar binnen, zodat hij al snel weer een fitte indruk maakte. Kortom, er moest naar een geschikte plek worden gezocht om hem weer veilig uit te zetten. De keuze viel op het ooievaarsdorp in Zegveld.
Maar ja, een gezonde ooievaar is wel wat anders dan een versufte vogel die zich gemakkelijk laat pakken en in een kist per dierenambulance laat vervoeren. Eenmaal aangesterkt bleek ‘Ooitje’ , zoals de medewerkers van de vogelopvang hun bijzondere gast liefkozend noemden, niet van plan zich zonder slag of stoot van zijn enorme snavel gewonnen te geven om zich in een transportkist te laten proppen.
Met een net moest hij in de volière worden gevangen, om hem vervolgens twee man sterk in bedwang te houden en in een zogeheten zwanenpak te hijsen. Zo’n zwanenpak laat zich nog het best vergelijken met een dwangbuis, maar dan voor zwanen. En zie, ook voor ooievaars bleek dit pak een uitkomst. De poten moesten natuurlijk wel voorzichtig worden ingevouwen, zodat hij deze niet zou breken. Met klittenband werd het pak vervolgens vastgemaakt en kon het pakketje ooievaar de transportkist in.
Eenmaal in het ooievaarsdorp in Zegveld kon Ooitje eindelijk uit zijn harnas om als vrije vogel het veld in te wandelen. Hij keek nog wat versuft van de onvrijwillige rit om zich heen, maar was toch nieuwsgierig genoeg om het terrein en de andere ooievaars – waarvan enkele koppels met jongen – in zich op te nemen.
Met zijn uitgebreide weilanden, sloten en vaarten is de directe omgeving als geschapen voor ooievaars. Hopelijk vindt hij hier alles wat zijn snavel begeert: muizen, vissen, kikkers en slangen. En wie weet krijgt hij in het najaar wel weer de zomer in de kop en vliegt hij met zijn soortgenoten de Afrikaanse zon tegemoet.
Reactie van Manon
• 28-07-10, 11:47 uur
Wat een aanwinst deze blog van Jan-Cor Jacobs!!