Het is onduidelijk of het Leefbaarheidsbudget de leefbaarheid in Utrecht heeft verbeterd. Dat concludeert de Rekenkamer Utrecht in haar gisteren verschenen rapport.
De gemeente Utrecht heeft over de jaren 2006 tot en met 2010 40 miljoen euro gereserveerd voor het leefbaarheidsbudget. Voor dit jaar is er 7 miljoen euro beschikbaar, gelijk verdeeld over alle Utrechtse wijken.
Met het geld worden initiatieven van bewoners voor de verbetering van hun leefomgeving betaald. Het gaat daarbij onder meer om de herinrichting van pleinen, het plaatsen van extra verlichting en bloembakken en het maken van muurschilderingen.
De Rekenkamer Utrecht concludeert in haar onderzoek Leefbaarheidsbudget Utecht dat het onduidelijk is in hoeverre de leefbaarheid van de stad door het leefbaarheidsbudget is verbeterd.
Een belangrijke oorzaak is dat de gemeente niet helder maakt wat er onder leefbaarheid wordt verstaan. Het is onduidelijk wat de gemeenten eigenlijk wil bereiken met het leefbaarheidsbudget. Bovendien zijn de projecten die ervan betaald zijn, niet geanalyseerd.
Ook zijn de criteria waaraan projecten moeten voldoen om geld te krijgen uit het leefbaarheidsbudget onvoldoende duidelijk, aldus de Rekenkamer.
De Rekenkamer Utrecht adviseert daarom voor een meer doelgerichte opzet van het leefbaarheidsbudget. (deStadUtrecht.nl)
Volg het nieuws over Utrecht via de tweets van deStadUtrecht.nl
Reactie van Beatrice Beurs
• 14-03-13, 16:52 uur
Een overbruggingssubsidie voor een jaar uit het Leefbaarheidsbudget Oost maakte het voortbestaan van het Sterrenkoor mogelijk toen Cumulus Welzijn het koor door bezuinigingen moest afstoten. Iedere week zijn er rond 30 50+dames gezellig aan het zingen. Geluk bestaat meestal uit dagelijkse fijne dingen
Reactie van Rob van der Hilst
• 04-07-10, 02:06 uur
De uitspraak van de Utrechtse Rekenkamer is typerend voor deze (secure) overheidsinstelling.
Waaraan belastinggeld wordt besteed, daarop moet verantwoording volgen en zal er dus gemeten moeten worden o.a. wat betreft doelmatigheid en effectiviteit van het bestede gemeenschapsgeld.
Het punt is echter dat er terreinen zijn - zoals cultuur, welzijn en zelfs, in zekere opzichten, economie - waar dit meten zelden tot sluitende controle-uitkomsten zal of kan leiden, omdat het wezen ervan dat nauwelijks mogelijk maakt.
Dit is een vrij groot dilemma dat in tijden van hoogconjunctuur nauwelijks tot bezwaren zal leiden - het-zal-wel(OK zijn) - maar in tijden van laagconjunctuur met 'krap geld' zoals nu wél.
De Pavlovreactie van het politieke bestuur en van de politiek kan dan al heel gauw in een ding uitmonden: schrappen, wat even irrationeel is als het-zal-wel uit de periode daarvoor.
Blijft het concrete punt van de Utrechtse Rekenkamer of het Leefbaarheidsbudget de concrete leefbaarheid in wijken daadwerkelijk heeft verbeterd.
Hier dringt zich een ander, wellicht groter probleem op namelijk, daar waar de overheid een maatschappelijk probleem wil oplossen, de manier van dat oplossen meestal te groot, te abstract en te bureaucratisch is - ongetwijfeld onbedoeld welliswaar - waardoor het een Ding op zichzelf gaat worden. En het concrete probleem in kwestie hooguit marginaal wordt 'aangeraakt'.
Niet/nooit echt wordt opgelost, omdat de hele constellatie die daarvoor gecreëerd wordt niet-zelden Bigger Then Life wordt en blijft.
Een aardig voorbeeld van hóe hieraan te ontsnappen, speelt zich buiten ons gezichtsveld af, al wordt het wel met Nederlands gemeenschapsgeld gefinancierd.
Het betreft de zogeheten micro-kredieten die in ontwikkelingslanden, zoals in Afrika, beschikbaar worden gesteld aan kleine ondernemers die met een beetje geld in staat worden gesteld om hun eigen toekomst, en dat van hun directe woonomgeving, vorm te geven.
Het is een oergezonde reactie op een door-en-doorverziekte situatie waarin honderden miljoenen die vanuit Nederland naar ontwikkelingslanden toevloeien zelden reëele/merkbare positieve effecten hebben op een voorspoedige economische ontwikkeling van Derde wereldlanden, wat alleen door concrete mensen (te beginnen aan de basis van de maatschappij) van de grond kan worden getild.
Daar waar door ingekankerde corruptie die enorme bedragen niet-zelden in de zakken verdwijnen van plaatselijke machthebbers mét of zonder Zwitserse bankrekeningen.
Het succes van deze micro-kredieten - hulp daadwerkelijk aan de basis dus - is inmiddels zo groot dan niet eens zo lang geleden het idee is geopperd om ze ook in ons land te gaan toepassen.
Banken - u weet wel... - verdienen nu eenmaal graag en veel aan Grote Leningen, terwijl de behoefte van zowel jonge als oude ondernemers om iets serieus op te bouwen met of te verbeteren in het eigen bedrijf(je) juist veel bescheidener is.
Oftewel: niet supergrote gebaren maken, maar inspelen op de potentiële kracht van individuele spelers in de maatschappij - alleen of groepsgewijs opererend - en net zoals in Afrika, zonder wurgende administratieve constructies en organisaties.
Het oogt en oort allemaal niet spectaculair en de azijnvraag of dit allemaal wel op het georganiseerde welzijnswerk valt toe te passen 'hoor' ik al aankomen: punt is en blijft, dat toename van tal (lees: grote inzet van financiële middelen) leidt tot toename van last (lees: tegenstrijdige, grote negatieve effecten van die grote inzet) om een rake oud-Nederlandse zegswijze aan te halen.
Reactie van mw. drs. P.L. Ma-van Breemen
• 02-07-10, 17:01 uur
Ik begrijp goed dat de rekenkamer wil toetsen d.m.v. cijfers die in statistieken kunnen worden verwerkt wat de effecten zijn van de bestedingen uit het leefbaarheidsbudget. Waar ik op wil wijzen is dat leefbaarheid een gevoel beschrijft :van je prettig, thuis en veilig voelen in een wijk of buurt. En dat is per definitie niet te meten in cijfers. Ik woon in het stationsgebied boven HC en heb dit jaar uit het leefbaarheidsbudget hangingbaskets onder de arcade aan het Moreelsepark geplaatst gekregen. De immer groeiende chaos van fietsen voor /onder onze woningen is beter te verdragen door deze opfleuring. Maar dit uit te drukken in een getal is m.i. echter onmogelijk.
met vriendelijke groet,
mw.drs. P.L. Ma -van Breemen